Budapest

Enkele weken voor de aanslagen in Brussel hadden we het plan opgevat een lang weekend naar Budapest te trekken. Met mijn Siberisch verleden heb ik een zwak voor Oost-Europa en bovendien was de oma van Luna, Felix en Tess vroeger een nationaal erkend Oost-Europa-experte – dus het lag wel enigszins in de lijn der verwachtingen dat ik daar ooit nog eens zou geraken. Maar toen was er dus 22 maart, en hadden we even geen zin meer in vliegtuigen, Zaventem en reizen tout court.

En zo kwam het dus, dat wij de voorbije week onze wittebroodsdagen in Budapest doorbrachten. Het was de allereerste keer in ruim tien jaar dat we er samen meerdere dagen op uittrokken. Er kwam opvang aan huis zodat kinderen en kippen (daar moeten we het ook dringend nog eens over hebben) niet aan hun lot zouden worden overgelaten.

Na drie dagen feesten was er eigenlijk vooral grote nood aan rust. Mijn stem bleef dagenlang ergens onderin mijn buik steken, er heersten vage oor- en keelklachten, een snotvalling, mijn mond was rood en rouw (ongetwijfeld door de wodka – don’t ask), mijn tenen deden pijn op plaatsen waarvan ik niet wist dat ze pijn konden doen en mijn ogen bleven op de meest onmogelijke momenten dichtvallen.

Maar Budapest heeft ons niet ontgoocheld. Prachtige gebouwen, een geweldige dynamiek en ondernemingsdrang, de charmes van de wereldvermaarde communistische klantvriendelijkheid, het onverstaanbare Hongaarse gebrabbel en genoeg badhuizen om van vijf trouwfeesten te bekomen.

En dat was nu eens precies wat we nodig hadden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s